Tommy Womack en Will Kimbrough hebben hun sporen als soloartiesten al lang en breed verdiend. Als ze samen optreden noemen ze zich ‘Daddy’ en onder die naam betraden ze dan ook het podium van het Roots on the Road Festival 2010. Het was zaterdag 5 juni en buiten straalde het weer als nog niet eerder dit jaar.
Wie Will Kimbrough zijn gitaar ziet beroeren snapt meteen waarom hij in 2005 de prestigieuze titel ‘instrumentalist van het jaar’ van de Americana Music Association heeft gewonnen in 2005. En opnieuw genomineerd is voor 2010. Voeg daaraan toe de sterke lyrics van Tommy Womack en het kan eigenlijk al niet meer mis.
Maar toch was het bijna mis gegaan. Treinen die Kimbrough en Womack uit Brussel naar Spijkerboor hadden moeten brengen hadden daar moeite mee. Vertraging was hun deel. Uiteindelijk arriveerden ze per taxi een half uurtje voor hun optreden, net op tijd voor de soundcheck. Dat was al een hoogtepuntje op zich. Vlak voor de soundcheck klonk door de zaal J.J. Cale als achtergrond. Geluidsman Kees draaide die muziek weg, waarna de heren op het podium het naadloos overnamen. Gevoelsmusici, dat was meteen duidelijk.
Echte artiesten ook, die het publiek moeiteloos bij hun show betrokken. Met verhalen over hun songs namen ze de toehoorders mee en ook de lachers kregen ze op hun hand met opmerkingen over een krakend geluid in het podium (‘honeymoon sounds’). Maar hun voornaamste kracht was het spel, de samenzang en de prachtige liedjes. Vooral het slotakkoord met de curieuze titel ‘Alpha male and the canine mystery blood’ viel op en boeide van het eerste tot het laatste akkoord.
‘I’m nobody from nowhere/You would have heard of anyway’. Zo begint het lied ‘Nobody from nowhere’, het nummer waarmee the cd ‘For a second time’ van Daddy opent en waarmee ook het concert in ’t Keerpunt begon. Ruim een uur later weet iedereen drommels goed wie Tommy Womack en Will Kimbrough zijn en waar ze vandaan komen. Uit Nashville Texas, waar alles groot is. En deze heren zeker!
‘We had the government’s cheese/and a tube of liverwurst/my mother said that we should try it/I said that she should try it first’. Regels uit ‘Animal Boy’ de titeltrack van het nieuwe album van Matt Sever. Het tekent de kleine man met de opvallende baard. Aardse teksten met fijnzinnige humor. Zoals ook in ‘For Angela’, zijn brief aan de directie van Wallmart. Hij bezingt daarin een kapotte accu en hoe een medewerker van de Wallmart hem uiteindelijk weer op weg hielp: ‘Her nametag read Angela/she had pity in her eyes/she examined the dimensions of my battery/And said yeah, I think we’ve got it/I’ll go get it for you’. Matt hoefde haar niet te betalen voor haar werk, maar misschien dat hij wel een brief wilde schrijven aan de Wallmart.
Op het Roots on the Road podium van ’t Keerpunt in Spijkerboor vertelde Matt dat hij die brief inderdaad had geschreven. Maar eerst had hij er een liedje van gemaakt. Over de Wallmart (Let me start by saying/That usually I avoid your store like the plague), maar vooral over Angela (In fact I have nothing but good things to say/pleas pass on my thanks to Angela today/and you should give her a raise/and let her unionise).
Het is niet eens zo heel lang geleden dat Matt electricien was. Een man die na zijn werk in kroegen speelde en zong. Inmiddels is spelen en zingen zijn werk. Maar hij verloochent zijn verleden niet en noemt zich dus Matt the Electrician. In Spijkerboor werd hij begeleid door Scrappy Judd Newcombe. Beiden toonden zich bedreven op de instrumenten (gitaar, dobro, banjo en cajon) en het plezier straalde van hun optreden af. Buiten scheen de zon volop. Binnen eigenlijk niet minder. Matt the Electrician: a song a day, keeps the doctor away!
Reacties
Daddy @ Roots on the Road Festival 2010, 't Keerpunt Spijkerboor
Tommy Womack en Will Kimbrough hebben hun sporen als soloartiesten al lang en breed verdiend. Als ze samen optreden noemen ze zich ‘Daddy’ en onder die naam betraden ze dan ook het podium van het Roots on the Road Festival 2010. Het was zaterdag 5 juni en buiten straalde het weer als nog niet eerder dit jaar.
Wie Will Kimbrough zijn gitaar ziet beroeren snapt meteen waarom hij in 2005 de prestigieuze titel ‘instrumentalist van het jaar’ van de Americana Music Association heeft gewonnen in 2005. En opnieuw genomineerd is voor 2010. Voeg daaraan toe de sterke lyrics van Tommy Womack en het kan eigenlijk al niet meer mis.
Maar toch was het bijna mis gegaan. Treinen die Kimbrough en Womack uit Brussel naar Spijkerboor hadden moeten brengen hadden daar moeite mee. Vertraging was hun deel. Uiteindelijk arriveerden ze per taxi een half uurtje voor hun optreden, net op tijd voor de soundcheck. Dat was al een hoogtepuntje op zich. Vlak voor de soundcheck klonk door de zaal J.J. Cale als achtergrond. Geluidsman Kees draaide die muziek weg, waarna de heren op het podium het naadloos overnamen. Gevoelsmusici, dat was meteen duidelijk.
Echte artiesten ook, die het publiek moeiteloos bij hun show betrokken. Met verhalen over hun songs namen ze de toehoorders mee en ook de lachers kregen ze op hun hand met opmerkingen over een krakend geluid in het podium (‘honeymoon sounds’). Maar hun voornaamste kracht was het spel, de samenzang en de prachtige liedjes. Vooral het slotakkoord met de curieuze titel ‘Alpha male and the canine mystery blood’ viel op en boeide van het eerste tot het laatste akkoord.
‘I’m nobody from nowhere/You would have heard of anyway’. Zo begint het lied ‘Nobody from nowhere’, het nummer waarmee the cd ‘For a second time’ van Daddy opent en waarmee ook het concert in ’t Keerpunt begon. Ruim een uur later weet iedereen drommels goed wie Tommy Womack en Will Kimbrough zijn en waar ze vandaan komen. Uit Nashville Texas, waar alles groot is. En deze heren zeker!
Matt the Electrician & Scrappy Judd Newcombe @ Roots on the Road
‘We had the government’s cheese/and a tube of liverwurst/my mother said that we should try it/I said that she should try it first’. Regels uit ‘Animal Boy’ de titeltrack van het nieuwe album van Matt Sever. Het tekent de kleine man met de opvallende baard. Aardse teksten met fijnzinnige humor. Zoals ook in ‘For Angela’, zijn brief aan de directie van Wallmart. Hij bezingt daarin een kapotte accu en hoe een medewerker van de Wallmart hem uiteindelijk weer op weg hielp: ‘Her nametag read Angela/she had pity in her eyes/she examined the dimensions of my battery/And said yeah, I think we’ve got it/I’ll go get it for you’. Matt hoefde haar niet te betalen voor haar werk, maar misschien dat hij wel een brief wilde schrijven aan de Wallmart.
Op het Roots on the Road podium van ’t Keerpunt in Spijkerboor vertelde Matt dat hij die brief inderdaad had geschreven. Maar eerst had hij er een liedje van gemaakt. Over de Wallmart (Let me start by saying/That usually I avoid your store like the plague), maar vooral over Angela (In fact I have nothing but good things to say/pleas pass on my thanks to Angela today/and you should give her a raise/and let her unionise).
Het is niet eens zo heel lang geleden dat Matt electricien was. Een man die na zijn werk in kroegen speelde en zong. Inmiddels is spelen en zingen zijn werk. Maar hij verloochent zijn verleden niet en noemt zich dus Matt the Electrician. In Spijkerboor werd hij begeleid door Scrappy Judd Newcombe. Beiden toonden zich bedreven op de instrumenten (gitaar, dobro, banjo en cajon) en het plezier straalde van hun optreden af. Buiten scheen de zon volop. Binnen eigenlijk niet minder. Matt the Electrician: a song a day, keeps the doctor away!